Burgers’ Rimba
Alle ecodisplays

Burgers’ Rimba

Het tropenbos van Maleisië

Het tropenbos van Maleisië

Burgers’ Rimba biedt u een tocht door het Maleise tropische regenwoud! In deze wereld voeren wij u mee door een natuurgebied dat rijk is aan diersoorten. Burgers’ Rimba is helemaal gewijd aan de grotere dieren uit het tropisch regenwoud van Zuidoost-Azië. Het woord ‘rimba’ komt uit het Maleis en betekent ‘bos’ of ‘jungle’. Bij binnenkomst vindt u Maleise beren, siamangs en laponders die nieuwsgierig hun leefgebied verkennen. Vlakbij hen ziet u diverse hertensoorten en bantengs, indrukwekkende Aziatische runderen. Bij warm zomerweer kunt u de bantengs regelmatig in de watergracht afkoeling zien zoeken.

In de bomen vindt u de siamangs die de grond mijden. Ze zijn ook in de Rimba altijd hoog boven in de bomen te vinden. Dagelijks laat de siamangfamilie haar luide territoriumzang horen. Terwijl u het pad volgt, duikt u onder de grond waar u pythons en varanen tegenkomt. U komt weer boven, waar behendige langoeren en goudwanggibbons in de bomen zwieren. Ineens staat u oog in oog met een tijger!

Van alle kanten bedreigd

Van alle kanten bedreigd

In Azië - het werelddeel met het hoogste bevolkingsaantal - staat de natuur sterk onder druk. Veel zoogdiersoorten uit tropisch Azië zijn met uitsterven bedreigd. Overal ter wereld komt de natuur in het nauw door boskap en (vaak illegale) jacht voor vlees. De diersoorten die in de Rimba te zien zijn, hebben echter vaak nog andere problemen. Zo wordt in Azië veel gestroopt om lichaamsdelen van dieren te verwerken in traditionele medicijnen, waarvan de werking niet wetenschappelijk is vastgesteld. Voorbeelden zijn bepaalde botten van de binturong, die potentieverhogend zouden werken en bovendien de kans op het krijgen van een zoon zouden vergroten. Van de tijger worden allerlei lichaamsdelen gebruikt voor poeders, drankjes en zalfjes tegen de meest uiteenlopende kwalen. De snorharen zouden helpen tegen kiespijn en de staart tegen epilepsie.

Wist je dat?

  • Zwijnsherten worden bedreigd door jacht en het verdwijnen van leefgebied. Ook verdringen door mensen ingevoerde planten hun favoriete voedselplanten.
  • Regenwoud moet plaats maken voor grootschalige oliepalmplantages. Gibbons of langoeren vinden op deze plantages niet genoeg voedsel en beschutting om te overleven.
  • Er nog maar zo'n 800 Sumatraanse tijgers zijn? Minder dan de helft leeft in het wild.
Fokprogramma’s

Fokprogramma’s

Aangezien het in de natuur steeds slechter gaat met veel diersoorten, zijn de Europese dierentuinen in 1985 gestart met het opzetten van fokprogramma’s voor bedreigde diersoorten. Voor deze fokprogramma’s (European Endangered Species Programmes, afgekort EEP’s) worden zoveel mogelijk gegevens van alle individuen van een diersoort verzameld. Met de gegevens zal de coördinator de populatie dieren zodanig managen dat deze genetisch zo gezond mogelijk blijft voor de toekomst. De coördinator volgt de status van de diersoort in het wild en heeft contact met natuurbeschermingsprojecten van de soort. Bovendien volgt hij onderzoek aan de soort en deelt dit met de betreffende dierentuinen, zodat de kennis over de diersoort altijd up-to-date blijft.

Gemengde dierverblijven

Gemengde dierverblijven

In de Rimba leven waar mogelijk verschillende diersoorten samen in één gezamenlijk verblijf. Bij de roofdieren zijn de mogelijkheden hiervoor natuurlijk beperkt. Toch delen de Maleise beren en binturongs hun buitenverblijf. Planteneters en sommige soorten alleseters zijn in principe makkelijker samen te houden. Tweehertensoorten (lierhert en zwijnshert) en twee apensoorten (laponder en siamang) zijn bij elkaar ondergebracht en ook bantengs leven in datzelfde deel.

Planten

Planten

Dit ecodisplay bevindt zich in de buitenlucht en beslaat uit zo'n twee hectare. Om zoveel mogelijk de Aziatische vegetatie weer te geven, zijn er diverse bamboesoorten aangeplant. Verder is gekozen voor andere uitheemse planten die op regenwoudplanten lijken, vanwege hun grote bladeren bijvoorbeeld, maar tegelijkertijd ook winterhard zijn en ons Nederlandse klimaat weten te overleven.