Op leven en dood
Terug

Op leven en dood

zaterdag, 19 mei 2018
Op leven en dood

Half december 2017 ging het plotseling flink mis in het leeuwenverblijf. De mannetjesleeuw joeg achter één van de drie vrouwtjes aan, viel haar aan en beet haar dood. De pers heeft het overlijden van de leeuwin groot opgepikt en ook op sociale media zoals Facebook stroomden de reacties binnen. In de meeste gevallen werd medelijden voor de leeuwin betuigd en vaak vond men het ook sneu voor de dierverzorgers die het gevecht niet hadden zien aankomen en niet konden voorkomen. Maar er waren ook reacties bij die dit soort gebeurtenissen geheel toeschreven aan de gevangenschapssituatie met te weinig ruimte en ‘gestoorde dieren’. Hevige agressie bij dieren, met name tussen soortgenoten, zit de beschaafde mens blijkbaar niet lekker en roept vragen op. In een statement op de website heeft Burgers’ Zoo na het incident toegelicht dat gevechten met dodelijke afloop bij leeuwen weliswaar zelden - maar toch - optreden, ook in de natuur. In dit artikel volgen verdere voorbeelden van het doden van soortgenoten bij zoogdieren en wordt uiteengezet of en hoe een dierentuin deze kan voorkomen.

Voorspelbare lethale conflicten voorkomen

De Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD) stelt in haar ethische code dat dierentuinen hun diergroepen zodanig dienen samen te stellen dat voorspelbare lethale conflicten worden voorkomen. Logisch dus, dat je niet een gemengd verblijf met luipaarden en hertjes uitprobeert, of leeuwen of wilde honden met antilopen samen huisvest. Ook met een regelmatig gevoerde carnivoor zou het jachtinstinct af en toe op de loop gaan!

Aanval op zwakke dieren of vechten om vrouwtjes

Zelfs tussen soortgenoten onderling kan het er hevig aan toegaan. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat in een stabiele groep lierherten  - op zich toch ‘vreedzame’ planteneters - opeens door meerdere groepsleden een aanval op een zwakke of zieke soortgenoot ondernomen wordt. Het is dus zeker een uitdaging voor de dierverzorgers om de diergroepen onder hun hoede qua gedrag en gezondheid heel goed te monitoren. Deze conflicten zijn zeker lastiger te voorspellen dan bijvoorbeeld de incompatibiliteit van volwassen dieren van hetzelfde geslacht. Vrijgezellengroepen van mannetjes willen bij diverse diersoorten nog wel lukken. Maar zet je twee of drie gorillamannetjes bij een groepje vrouwtjes, of meerdere volwassen olifantenstieren in één verblijf met een paar olifantenkoeien… dan is er iets om voor te vechten! Het is niet gezegd dat de hierop volgende conflicten lethaal zullen eindigen, maar dát er hevig gevochten gaat worden, is wel heel zeker! Trouwens, ook de berggorilla, die bekend staat als zo’n vreedzaam en gezellig groepsdier, gaat wel eens minder zachtzinnig om met soortgenoten. In Oost-Afrika heeft men schedels van mannetjesgorilla’s gevonden waar de hoektand van de tegenstander nog in de schedel stak; en deze verwonding was ook de oorzaak van het overlijden. Uiteraard doen dierentuinen geen combinatiepogingen van leeftijds- of seksegenoten als het optreden van zware conflicten aannemelijk is. Alle conflicten voorkomen, is echter geen doel van de dierentuin. Anders zou men, als men heel consequent is, in de natuur sociaal levende dieren beter maar elk in een eigen verblijf kunnen zetten; dat is namelijk het veiligst.

Kennismaking brengt vaak agressie met zich mee

Het aan elkaar laten wennen van soortgenoten die elkaar nog nooit eerder hebben ontmoet, is altijd een kritiek moment waarbij conflicten vaak voorkomen. Dat betreft zeker diersoorten die normaliter solitair leven, maar ook in groepen levende dieren. Territoriaal gedrag speelt dan mee en ook het uittesten van elkaar en onzekerheid die zich uit in het van zich afbijten. Dierverzorgers, biologen en dierenarts staan dan ook paraat als mannetje en vrouwtje binturongs elkaar voor het eerst ontmoeten of de watervaranen bij elkaar worden gezet. Het kán rustig verlopen, maar het kan ook op een gevecht uitdraaien. Dan neem je liever het zekere voor het onzekere, ga je bij deze introducties langzaam en voorzichtig voort en houd je met alle scenario’s rekening. Bij diersoorten waarvan bekend is dat introducties lastig zijn, kunnen er maanden overheen gaan, voordat nieuwe dieren in de groep gesetteld zijn. Het introduceren van drie – en na de natuurlijke dood van één van de oude dieren twéé – nieuwe chimpanseevrouwtjes duurde niet voor niets anderhalf jaar! Bij de eerste ontmoetingen wordt wel gefilmd, maar dit materiaal laten we niet aan bezoekers of de pers zien. Want het is bij chimpansee-introducties doodnormaal dat er gegild en geschreeuwd wordt, dat er soms haren in het rond vliegen, de dieren achter elkaar aan zitten en er ook wel eens wat gebeten wordt. Dat is geen afwijkend ‘gevangenschapsgedrag’: agressie tussen verschillende chimpanseegroepen – maar ook binnen één groep - is namelijk al meer dan een halve eeuw goed gedocumenteerd uit het wild.

Oorlog en moord?

In de natuur komt het voor dat een groep chimpansees de naburige groep in een jarenlang conflict uitroeit. Sommige wetenschappers spreken in dit geval door de hoge intelligentie van mensapen zelfs van ‘oorlogsvoering’. Deze terminologie is echter een beetje twijfelachtig, net als ‘moord’ bij dieren. Die woorden veronderstellen namelijk een zeer bewuste, doelgerichte handeling met toekomstplanning. Bij mensapen is dat misschien mogelijk, maar voor veel diersoorten is het postuleren van zoveel inzicht en cognitie behoorlijk speculatief. Dus neusberen, leeuwen, stokstaartjes of lierherten doden misschien wel eens soortgenoten, maar ‘vermoorden’ kan men het niet noemen.

Niet altijd veilig bij de eigen moeder

Naast het doden van onbekende soortgenoten, zoals bij introducties, is een ander spannend moment het baren van jongen. Bij een aantal diersoorten komt het voor dat moeders hun jongen doden en zelfs opeten. Het doden van de eigen jongen gebeurt doorgaans om drie redenen: er is iets mis met het jong; het is zwak, ziek; of het toont afwijkend gedrag. De moeder reageert hierop met het doden van het vermoedelijk toch kansloze jong; soms wordt het ook ‘slechts’ verstoten. In dierentuinen kan dan de verzorger ingrijpen en in enkele weinige gevallen wordt besloten om tot bijvoeren met de fles over te gaan. Gaat het jong dan toch dood, dan vindt de dierenarts bij sectie soms een indicatie dat het jong van het begin af aan niet in orde was – de moeder had dit vaak eerder door dan de mens. Een andere oorzaak voor het doden van eigen jongen is de indruk van de moeder dat de randvoorwaarden voor de succesvolle opvoeding van het kroost slecht zijn. Onder meer bij beren, neusberen of katachtigen die allemaal heel kleine en hulpeloze jongen baren op een beschutte locatie bestaat dit risico. Bij deze diersoorten is het in dierentuinen heel belangrijk om rondom een bevalling en in de weken erna elke storing te vermijden. De aanstaande moeder moet zich kunnen terugtrekken en afzonderen van soortgenoten. Het werphol - of een andere locatie om te werpen - moet rustig en veilig voelen. Zelfs welgemeende verzorging, zoals vaak langslopen door de dierverzorger of nestcontroles en frequent schoonmaken, kunnen dan beter voor een tijdje worden gestaakt. Alleen dan blijft de moeder in dit nestje investeren, in plaats van haar jongen af te maken, dikwijls op te eten – het is immers gezond eiwit, hoe je het wendt of keert – en snel weer aan een nieuwe ronde voortplanting te beginnen, onder hopelijk betere omstandigheden. Door betere verblijven en meer kennis hebben dierentuinen dit doden door moeders heel goed kunnen verminderen. Helemaal voorkomen is extreem lastig, alleen al omdat een voor het eerst barend, onervaren moederdier snel geneigd is om aan haar eerste kroost een eind te maken.

Erg voor het individu, maar wel natuurlijk gedrag

Gelukkig gebeurt het doden van soortgenoten of verblijfsgenoten in dierentuinen niet vaak, maar het komt wel voor. Waar mogelijk, voorkomen we het natuurlijk. Maar hoe sneu ook voor het individuele getroffen dier, geheel te voorkomen is het niet; want bij veel diersoorten is agressie met dodelijke afloop onderdeel van hun natuurlijk gedrag.  

Reacties


Meer nieuws


Zo(o)als dat gaat

Zo(o)als dat gaat

donderdag, 08 november 2018

Er is bijna geen branche te bedenken die intensiever samenwerkt dan de internationale dierentuinwereld. Moderne dierenparken hebben wekelijks met ongeveer vijfentwintig nationale en internationale collega-dierentuinen contact. Om fokprogramma’s voor bedreigde diersoorten professioneel te kunnen managen, vinden jaarlijks tientallen diertransporten van en naar een dierenpark plaats.

Lees meer
Zo(o)als dat gaat

Zo(o)als dat gaat

vrijdag, 02 november 2018

Er is bijna geen branche te bedenken die intensiever samenwerkt dan de internationale dierentuinwereld. Moderne dierenparken hebben wekelijks met ongeveer vijfentwintig nationale en internationale collega-dierentuinen contact. Om fokprogramma’s voor bedreigde diersoorten professioneel te kunnen managen, vinden jaarlijks tientallen diertransporten van en naar een dierenpark plaats.

Lees meer
Kerstmis viert u met een heerlijke brunch in Burgers’ Zoo!

Kerstmis viert u met een heerlijke brunch in Burgers’ Zoo!

vrijdag, 02 november 2018

Het is alweer bijna zover: Kerstmis! Graag genieten we samen met familie en vrienden van elkaars gezelschap en het heerlijke eten dat bij deze bijzondere feestdagen hoort! Wilt u dit jaar eens iets heel origineels doen, dat zowel voor de kinderen als voor opa en oma geschikt is? Dan mag u de sfeervolle, avontuurlijke kerstbrunch in Burgers’ Zoo echt niet missen!

Lees meer

We gebruiken cookies voor een optimale beleving van deze site.

Akkoord Privacy Statement