Eén momentje voor een bewuste keuze…

Wij maken gebruik van cookies om jouw websitebezoek zo gebruiksvriendelijk en persoonlijk mogelijk te maken. Met behulp van deze cookies zijn wij onder andere in staat om de site te kunnen analyseren, het gebruiksgemak te verbeteren en jou de meest relevante informatie te kunnen tonen. Wij verzoeken je om kort de tijd te nemen voor een bewuste keuze. Lees hoe wij met privacy en cookies omgaan.

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet
Terug

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

maandag, 17 juni 2019
Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Dit keer stellen we wezens in de Ocean aan u voor, die vaak niet zichtbaar zijn. Tegelijkertijd gaat het om dieren, die honderden miljoenen jaren geleden al voorkwamen op aarde.  Het gaat over de gaatjesdragers ofwel foraminiferen! De grootte van deze eencellige diertjes varieert tussen echt niet zichtbaar tot enkele centimeters. Foraminiferen zitten in enorme aantallen in ons koraalrifbassin en worden in veel Europese universiteiten en onderzoeksinstituten bestudeerd.

Foraminiferen

Foraminiferen komen in alle oceanen en zeeën over de gehele wereld voor. Als u in Nederland aan het strand de Noordzee inloopt, is de kans reëel dat er een tussen uw tenen terechtkomt. Met miljarden maken ze deel uit van het dierlijk plankton.

In 2005 hadden we een plaag van foraminiferen in het koraalrif. Overal op het substraat zaten ze met enorme aantallen. Er waren tot vijf millimeter grote soorten bij; je kon ze met het blote oog zien zitten. Onderzoekers uit Naturalis en van de Universiteit van Utrecht waren direct geïnteresseerd en op verschillende plaatsen werden monsters genomen. Er bleken 55 verschillende ‘grotere’ soorten foraminiferen in het koraalrifbassin te leven. Als je dit vergelijkt met een natuurlijk rif in Indonesië, is dat best goed. Daar komen namelijk ruim honderd soorten voor. Ze zijn ooit in het bassin gekomen door mee te liften met ‘levende stenen’ uit Indonesië. In en op die ‘levende stenen’, die de basis vormden bij het bouwen van ons koraalrif, zit zeer veel leven zoals bacteriën, sponzen, algen, et cetera en dus ook foraminiferen. De levende stenen zijn bewust in het bassin gezet om zoveel mogelijk levensvormen te introduceren in het rif. Juist dit onzichtbare leven is ongelofelijk belangrijk voor de opbouw van het koraalrifecosysteem.

De grote jongens

De ‘grote’ soorten foraminiferen, pakweg van een formaat van één millimeter tot twee centimeter, leven vaak samen met een eencellig algje. Een gelijksoortige symbiose als de rifbouwende koralen dus. Juist omdat ze graag onder gelijke omstandigheden leven als koralen komen de grotere foraminiferen in enorme aantallen voor in het Arnhems koraalrif. Naast de voedingstoffen die de foraminiferen uit deze symbiose verkrijgen, eten ze ook afval en hebben daardoor een belangrijke functie in het ecosysteem. In de natuur wordt de aanwezigheid van bepaalde soorten foraminiferen als een indicator gezien voor de gezondheid van het gehele koraalrif.

Evenwicht tegen plagen

De plaag van 2005 is nu, veertien jaar later, alweer verleden tijd. Feitelijk beschouwen we een soort als plaag als ze  oververtegenwoordigd is. Een plaag ga je het beste tegen door een verandering van het biologisch evenwicht; dan neemt de populatie plaagdieren af.  Eten en gegeten worden, zal in een biologische balans moeten zijn. Het heeft wat jaren geduurd om dit in het koraalrifbassin te bereiken, maar het gaat ons nu steeds beter af. De foraminiferen zitten nu vooral in het koraalzand en als je goed oplet, zie je ze soms onderaan de ruiten, waar ze als kleine bruine rondjes de ruit van onderaf bevolken. Maar omdat wekelijks een of twee keer de ramen worden schoongemaakt door duikers zullen de foraminiferen niet overal op de ruit zitten.

Indicatorsoort voor klimaatverandering

Foraminiferen uit het koraalrifbassin worden op veel plaatsen in Europa onderzocht, zoals de Universiteiten in Utrecht, in Kiel (D), Cambridge en Plymouth (UK) en in onderzoeksinstituten op Texel (Nederlands Instituut voor Onderzoek aan de Zee), in Bremerhaven (D) en het Poolse Kraków. Waarom zijn Arnhemse foraminiferen zo populair? Allereerst omdat ze eenvoudig te verkrijgen zijn. Je hoeft er niet voor naar de tropen; wij sturen gewoon wat zand uit het koraalrif op en daar zitten vaak voldoende foraminiferen in. Maar los van dit gemak, staan foraminiferen garant voor heel boeiend onderzoek.  Foraminiferen hebben een kalkskelet en tijdens de groei maken ze steeds nieuwe skeletkamers aan. Door foraminiferen onder bepaalde omstandigheden op te laten groeien, kan je na het analyseren van het nieuwe skeletdeel bijzondere informatie verzamelen. De samenstelling van het skelet vertelt iets over de omstandigheden waarin de foraminiferen zijn opgegroeid. Afwijkende omgevingsfactoren leiden bijvoorbeeld tot veranderende samenstelling van isotopen en veranderen de verhoudingen tussen magnesium en strontium of andere elementen. Met dit soort onderzoek kom je aan de weet, welke gevolgen bijvoorbeeld temperatuurverandering op het foraminiferenskelet heeft. Dit soort kennis kun je gebruiken om foraminiferen van vele miljoenen jaren oud te analyseren en iets te zeggen over de watertemperatuur, hoeveelheid CO2 in de lucht en vele andere parameters in die tijd. Voor Burgers’ Zoo is dit soort samenwerking belangrijk om ook zo een steentje bij te dragen aan wetenschappelijk onderzoek naar klimaatverandering.

Reacties


Meer nieuws


Bijna veertig jaar letterlijk beeldbepalend

Bijna veertig jaar letterlijk beeldbepalend

vrijdag, 20 september 2019

Voor de vaste bezoekers is het net zo’n vertrouwd gezicht als de zwartvoetpinguïns bij de hoofdingang: de vriendelijk lachende fotografen van Candid Foto die onze gasten op de gevoelige plaat vereeuwigen. Toch komt er helaas aan deze jarenlange traditie een einde.

Lees meer
Rome verwelkomt jonge Arnhemse neushoorn

Rome verwelkomt jonge Arnhemse neushoorn

vrijdag, 13 september 2019

In alle vroegte vertrekt een jonge breedlipneushoorn van ruim drie jaar in een speciale vrachtwagen richting de dierentuin van Rome. In de natuur verlaten breedlipneushoornmannetjes meestal rond hun derde levensjaar hun moeder. 

Lees meer