Eén momentje voor een bewuste keuze…

Wij maken gebruik van cookies om jouw websitebezoek zo gebruiksvriendelijk en persoonlijk mogelijk te maken. Met behulp van deze cookies zijn wij onder andere in staat om de site te kunnen analyseren, het gebruiksgemak te verbeteren en jou de meest relevante informatie te kunnen tonen. Wij verzoeken je om kort de tijd te nemen voor een bewuste keuze. Lees hoe wij met privacy en cookies omgaan.

Moeraswallaby
Burgers' Park

Moeraswallaby

Wallabia bicolor

Verspreiding Oost-Australië
Gewicht 15 Kilo
Leefwijze solitair, maar tolerant
Draagtijd 33-38 dagen
Worpgrootte 1 jong per keer
Leeftijd 15 jaar
Voedsel grassen, scheuten, bast, blad
Bedreiging niet bedreigd
Plek in het dierenrijk

De moeraswallaby is een soort kangoeroe. Daarvan leven zo’n 65 soorten in Australië, Tasmanië en Nieuw Guinea. Kangoeroes zijn buideldieren. De buideldieren vormen in de dierensystematiek een vrij vroege aftakking van de zoogdieren. In tegenstelling tot hogere zoogdieren hebben ze een zeer eenvoudige placenta en een extreem korte draagtijd. De jongen zijn bij de geboorte piepklein en zien eruit als een embryootje. Ze ontwikkelen zich na de geboorte nog maandenlang verder in de veilige buidel. In Burgers’ Zoo zijn de moeraswallaby’s de enige buideldieren.   

Bijzonder gedrag

Wie aan kangoeroes denkt, denkt aan springen! De achterpoten van kangoeroes zijn heel gespierd en lang. Als ze zich langzaam voortbewegen, zetten ze de voorpoten op de grond, steunen op hun staart en maken een klein hupje met de achterpoten. Maar als ze zich op grotere snelheid willen verplaatsen, maken ze enorme sprongen. Daarbij raken alleen de achterpoten de grond. Door speciale elastische pezen in de achterpoten is voor kangoeroes het springen naar verhouding een energiezuinige manier om zich snel en over grotere afstanden te verplaatsen. 

Over de voortplanting

Vrouwtjes moeraswallaby’s planten zich als het ware aan de lopende band voort. Zeer buitengewoon is het feit dat het vrouwtje al vóór de bevalling van het ene jong alweer drachtig raakt van het volgende! Een jong wordt na een dikke maand in de baarmoeder naakt en blind geboren, kruipt dan naar de buidel en verblijft daar nog 8 tot 9 maanden. Zolang het goed gaat met dit jong, wordt de ontwikkeling van het jongere broertje of zusje in de baarmoeder ‘on hold’ gezet. Overlijdt het jong, dan wordt heel snel de opvolger geboren; er hoeft dan niet opnieuw een mannetje aan te pas te komen om een nieuw jong te verwekken!

Eén met de natuur

Australië is al lang gescheiden van de overige landmassa’s op aarde. Van oorsprong komen er geen hogere zoogdieren op dit continent voor. De buideldieren in al hun variatie hebben de meest uiteenlopende ecologische niches bezet. De meeste kangoeroes leven op de grond en eten grassen, bladeren en boomschors. Ze vervullen daarmee de taak die herten, buffels of antilopen in de graslanden van andere regio’s vervullen.

Bedreiging en bescherming

Moeraswallabys leven in bossen, aan bosranden en in graslanden met struikgewas. Ook in mangrovebossen komen ze wel eens voor, en in nattere gebieden. In het oosten van Australië is er nog een vrij grote populatie, alhoewel hun natuurlijk habitat door mensen kleiner is geworden en in soortensamenstelling is veranderd. Moeraswallaby’s lusten gelukkig ook niet-inheemse plantensoorten. Ze zijn dan ook niet met uitsterven bedreigd. Toch wil men deze soort voor dierentuinen behouden en daarom is er een gecoördineerd fokprogramma voor moeraswallaby’s.

Wist u dit al over moeraswallaby’s?
  • De naam ‘moeraswallaby’ lijkt een link te leggen met het feit dat deze soort wel eens in moerasachtige gebieden leeft. Maar in feite schijnt de moeraswallaby zijn naam aan zijn karakteristieke ‘moerassige lichaamsgeur’ te danken te hebben. In Australisch Queensland wordt de soort daarom ook ‘stinker’ genoemd.
  • Een raar luchtje hebben, kan voor dieren best goed uitpakken! Deze kangoeroesoort werd in tegenstelling tot andere kangoeroes nooit gegeten. De Aboriginals vinden de geur niet lekker en moeraswallaby’s schijnen ook een beetje vreemd te smaken als ze in de pot zijn beland.
  • Moeraswallaby’s zijn ’s nachts meestal actiever dan overdag.
  • Mannelijke moeraswallaby’s hebben geen buidel.

  • Kangoeroes hebben geen zweetklieren. Als ze het erg warm hebben, likken ze hun weinig behaarde onderarmen. Het speeksel droogt op en de verdamping koelt het bloed in de bloedvaten van de armen.
  • Er bestond een kleine, verwilderde populatie moeraswallaby’s op eilandjes ten noorden van Auckland. Als door de mens geïntroduceerde en ongewenste soort zijn ze echter afgeschoten.
De moeraswallaby’s in Burgers’ Park

De moeraswallaby’s zijn een voorbeeld voor een diersoort die in de natuur meer solitair leeft, maar in dierentuinen haar sociale kant laat zien. Ook in het wild zie je deze dieren in groepjes rondom goede voedselbronnen samenscholen. Als er genoeg voedsel aanwezig is, vinden deze dieren het geen probleem om in een groep te worden gehouden.

De verzorgers brengen één keer per dag vers voedsel voor de moeraswallaby’s. De wallaby’s krijgen speciale kangoeroe-brokken, hooi en wilgentakken. Van het hooi en de takken kunnen ze urenlang eten.

Moeraswallaby’s zijn goed bestand tegen ons klimaat. In de koudste periode van het jaar maken ze graag gebruik van hun schuilgrotje, waar ze over vloerverwarming beschikken. 

Moeraswallaby op social media


Video's van ons YouTube- en Facebookaccount