Uitsluitend in de mierennesten
Leucoagaricus gongylophorus is een schimmel zonder Nederlandse of Engelse naam en is familie van de champignon. Echter eten de mieren niet de vruchtlichamen (zeg maar: de champignons), maar de schimmeldraden (‘hyfen’). De mieren brengen geschikt plantaardig materiaal naar hun nest en bewerken dit in maar liefst 29 stappen tot een soort pulp, dat ze op de schimmeldraden verspreiden. Dat doen speciale kleine werksters, wier enige taak het is om de gekauwde, tot balletjes gevormde plantenmassa tussen de schimmeldraden te stoppen en er nog een druppeltje ontlasting bij te voegen. Schimmels kunnen organische materialen afbreken, zo ook in blad en hout voorkomende cellulose en lignine; deze langdradige koolhydraten zijn voor dieren onverteerbaar. Door de samenwerking wordt dus een praktisch oneindige voedselbron voor de mieren ontsloten! De bladsnijdermieren geven de schimmels niet alleen de passende voeding en meststoffen, maar houden de schimmeldraden ook schoon en verwijderen parasitaire schimmels. Ze leggen de uitverkoren schimmelsoort zo in de watten, dat Leucoagaricus gongylophorus enkel en alleen nog in de nesten van Atta-bladsnijdermieren voorkomt!