Biodiversiteit ondergronds en bovengronds
Bloeiende planten zijn zeer belangrijk voor de biodiversiteit, zowel onder de grond als boven de grond. Ondergronds betreft het met name een wisselwerking met micro-organismen die voedingsstoffen voor de plant leveren, of er juist van profiteren. Maar een vruchtbare grond bevat onder andere ook spinnen, wormen, pissebedden, mollen en muizen. Veel van deze dieren zijn weer afhankelijk van de planten voor hun voeding. Als overleden dieren vergaan, leveren ze weer groeistoffen aan de bodem, voor de planten. Planten zijn dus een essentiële schakel in het bodem-voedselweb. En als in de grond alles goed is, kunnen planten ook bovengronds floreren. Veel diersoorten zijn afhankelijk van bloeiende planten. Een groot aantal insecten, zoals vlinders, bijen, hommels, kevers en zweefvliegen, voeden zich met stuifmeel en/of nectar en zorgen tijdens het foerageren voor de bevruchting van de bloemen. Larven van onder andere insecten leven van bladeren en bloemen en vinden op de plant ook beschutting. Insecten en hun larven en wormen zijn weer voedsel voor kleine zoogdieren, reptielen en vogels, die op hun beurt weer voedsel zijn voor grotere zoogdieren en roofvogels. Tot slot zijn dode planten weer voeding voor micro-organismen. Zo zijn planten ook een belangrijke schakel in het bovengrondse voedselweb.