De temperatuur in de Mangrove varieert tussen de 24 en de 28 graden Celsius. We moeten daar dus zowel verwarmen als koelen, gedurende het jaar. Hiervoor maken we gebruik van een warmte-/koude-opslaginstallatie (WKO), waardoor we veel energie besparen doordat we in de zomer overtollige warmte onder de grond opslaan om die in de winter weer omhoog te pompen. In de winter doen we dat ook met kou, waarmee we in de zomer weer kunnen koelen. We werken niet met kunstlicht, met uitzondering van het mangrovekwallenbassin, omdat de kwallen in de donkerdere wintermaanden anders problemen met hun symbiotische eencellige algen krijgen. In de natuur is in mangrovegebieden de luchtvochtigheid altijd hoog door de nabijheid van de zee, de vochtige modder en de hoge omgevingstemperatuur. Door Burgers’ Mangrove te verwarmen, grote waterpartijen en een vernevelingsmachine hebben we ook in onze nagebouwde mangrove zo’n vochtig-warme omgeving. ’s Nachts wordt de Mangrove beregend vanuit leidingen die in het koepeldak zijn verwerkt, waarbij we de moddervlakte met de wenkkrabben en het kwallenbassin ontzien om het zoutgehalte daarin niet teveel te verstoren.